Laatste Blog

Race Report Challenge Almere 2015

It’s been awhile….

Na NM 2014 volgde Almere 2014 waar ik Europees kampioen amateurs mocht worden en 12e overall. Een prima prestatie tijdens een wedstrijd die erg zwaar was, vooral met dank aan een zeer ongunstige stand van de wind met het fietsen.
Helaas was de ervaring niet helemaal goed, omdat ik niet mee mocht doen met de Elite. Hierdoor moest ik 10 minuten later starten, maar zoals eerder gezegd, dat levert je dan wel een EK-titel op.

Daarom wou ik graag in 2015 terugkomen en mezelf verbeteren. Het seizoen voorafgaand was goed. Een vroege focus op snelheid met het oog op de eredivisie, een vernieuwde lol door koers zowel in triathlon als wielrennen gekoppeld aan en een solide zomer met (specifiek) voorwerk zorgden dat ik goed voorbereid aan de start stond.

Anders dan het jaar ervoor kon ik met dank aan een aanpassing in de reglementen (als je jezelf in staat achtte mee te doen voor een top 10 plek NK, verleende de organisatie je toegang tot) toch als Elite mocht starten. Het is immers bijzonder als je als 4e NL (2014) over de streep komt maar niet in de (NK-)uitslagen wordt opgenomen, simpelweg omdat je niet in een keurkorpsje bent opgenomen.

Dus stond ik, na een nacht bij Coach Beilo in Utrecht, klaar voor een race na het eerste startsignaal van de dag. Bijzonder was dat het voor t eerst sinds 2011 was dat ik de ultieme support weer bij me had, Suzanne. De kinderen waren bij mijn ouders, en zij zou me weer als vanouds voorzien van vocht, voeding en de nodige aanwijzingen.

Ik wist dat ik goed was, dat de trainingen goed liepen, maar bij een hele triathlon is er altijd die onzekerheid. Het is altijd weer een onontgonnen terrein, een nieuwe overwinning op jezelf. Ook al heb je het al een paar keer gedaan.

Het water was fris, en de organisatie had helaas ervoor gekozen om de ronde andersom te zwemmen. Als linkse ademer is dat minder comfortabel, maar voor comfort kun je beter op de bank blijven zitten. Al gauw trof ik me in het grote groepje met mannen waar ik me op richtte. Iedereen zat er wel bij, en buddy HJ Dolsma leidde de dans. Na ongeveer 1500 meter begonnen de problemen. Ik zat makkelijk, want ik zwom sneller dan ooit, al het hele seizoen, maar de kuiten begonnen te protesteren. De kuiten? Ja, die gingen verkrampen, iets wat ik nooit eerder had gehad. Achteraf ligt de oorzaak wellicht in de week ervoor, waar ik door omstandigheden weinig kon fietsen, en iets meer loopmeters had gemaakt dan had gemoeten, zodat er wellicht iets teveel spanning op de kuitjes stond die er daar uitkwam.

Ik moest de groep laten gaan. Je probeert focus te houden, maar elk plukje atleten waar ik aan probeerde te haken zwom me weer voorbij. Overleven. Af en toe even watertrappelen. Balen.

Uiteindelijk stond ik met een verwrongen gezicht na 56.15 weer aan de kant, 5 minuten langzamer dan vorig jaar. Dat is geen goede start.

Je kunt niet bepalen wat je overkomt, maar wel hoe je ermee omgaat. De knop om en zo snel mogelijk op de fiets. De wisselzone is lang, en als je dan iets te gejaagd bent zit je te vroeg op de fiets. Beginnersfout. Terecht teruggefloten door het jurycorps die me een stop en go ter plaatse afnam (na de mat mind you, dus de tijd liep), waarna ik onderweg kon.

Gelukkig voelden de benen al snel goed, en het ritme was lekker. De winst stond niet heel gunstig, maar gunstig genoeg voor een goede tijdrijder, hij die graag alleen rijdt langs lange rechte wegen. Present. Dus gewoon ritme gaan rijden, en langzaam maar zeker pluk ik de ene na de andere atleet op, ook al snel wat atleten met een “hoger profiel”. Ik merk op de dijk dat ik 40 kan rijden met zijwind, zonder mezelf teveel in te spannen. Dat is een goed teken. Als ik op de terugweg ook rustig de 50 aantik met windje mee, en zie bij de heen- en weer zie dat ik tijd gepakt heb op ” het groepje” groeit het vertrouwen. De benen voelen nog goed, en ik heb ruim 40 gemiddeld op de teller. Ik denk even aan de sticker op mijn bovenbuis. De namen van mijn zonen, Suzanne en de afkorting WNHTTP. We’re Not Here To Take Part. Oftewel niet op safe spelen. Gas erop. Dus ik trek door en op de terugweg krijg ik zicht op het groepje Scheltinga, Lamers, Wijnalda. Ondertussen is de magische 4.30 grens in zicht, dus ook daar aarzel ik niet. Daarnaast zitten in het cozy groepje een aantal atleten die ik lopend hoger inschat, dus blijven plakken heeft geen zin. Ik raap Thijs Koelen nog op, en die kan niet volgen. Roeland Smits is er ook aan voorbijgereden en zit er nog voor (naast de onnavolgbare Markus F en MOB, en de teruggekeerde Erik-Simon Strijk), maar de status van zijn achilles was onzeker, en hij stapte in T2 dan ook uit.

Na 4.29.48 (had die stop en go me toch bijna wat gekost 😉 kom ik als 5e aan, en loop dus als 4e weg.

Het doel is om dicht tegen de 3u aan te kruipen. Dat gaat in den beginne aardig, maar na 14km heb ik een dip. Ik herpak me en ondertussen komt eerst erkend hardloper Dirk Wijnalda voorbij. Het afzien begint vroeger dan gehoopt, maar ik kan mijn souplesse weer herpakken. Al snel wordt duidelijk dat good old Gerrit Schellens me ook nog voorbij stuiven. Dat is meer een eer te noemen dan verslagen worden. De top 10 is ruim binnen handbereik, maar de sub 8.30 zal moeten wachten tot een andere dag. Het is warm. Het openritsen van je trisuit is ook een luxe die slechts een enkeling is gegund, en die anderen scherp wordt verboden. Het blijft bijzonder. Als dan ook Diederik Scheltinga een perfect gepacete race blijkt af te leveren moet ik in de laatste 10km net nog teveel toegeven. Hij loopt nog een minuut 20 bij me weg. Meer zat er voor mij niet in.

De wil om nog onder de 8.37 te lopen is weg, en gelukkig (of helaas qua eindtijd?) wist ik niet van de opstomende Duitser die uiteindelijk tot op een minuut komt. Ik finish na 8.37.08 als 7e OA, 5e NK.

Een PR. Aansluiten in een mooi select groepje Nederlandse atleten die zowel eens onder de 4.30 hebben gefietst (zonder gezellig hoge ring of zeer beperkte stayer afstand), en die onder de 3u hebben gelopen (Almere ’10). De kunst nu is natuurlijk dat nog eens in 1 wedstrijd te doen. Een man mag dromen.

Mijn dank aan de organisatie van Challenge Almere-Amsterdam. Onnavolgbaar goed, fair en echt passie voor deze sport en de mooiste hele triathlon die er bestaat.

Dank aan Baas Beilo. Een Coach moet prikkelen. Prikkelen doet deze Baas altijd.

Dank aan alle mensen die me hebben aangemoedigd. In het bijzonder mijn clubgenoten en de buddies van de zomercursus.

Dank aan de fam. Heit en Mem (of Pake en Beppe nu ;). It takes a village to raise a child.

Dank aan topsponsor Runnersworld Groningen die me zelfs op de fiets sneller maakt. Dank Alwin!

En tenslotte de meeste dank aan de vrouw die maakt dat deze baas niet eens de “toughest” thuis is.

Recente Tweets